Huurtoeslag en het verhuren van een woning

Je bent op zoek naar een nieuwe huurder voor jouw woning of een deel van de woning. In dit artikel kun je lezen wat het verhuren van je woning voor gevolgen heeft op jouw recht op huurtoeslag

Huurtoeslag bij het verhuren van je woning

Stel, je hebt een deel van de woning waarin je zelf woont aan iemand verhuurt. En jullie hebben dat vastgelegd in een huurovereenkomst. In dat geval telt dat voor toeslagen als ‘onderhuur’. Jouw onderhuurder telt dan niet mee bij de berekening van jouw toeslagen.

Nadat je het contract hebt getekend dien je binnen 4 weken aan de Belastingdienst door te geven dat je een onderhuurder hebt. Dat kan je doen via de Belastingtelefoon. Vereist is dat je een schriftelijk huurcontract moet kunnen overleggen waaruit blijkt dat je een deel van je woning verhuurt. Ook dien je bankafschriften beschikbaar te hebben waaruit blijkt dat de onderhuurder geld betaalt voor het huren.

Onderhuurder

In de volgende situaties is er geen sprake van een onderhuurder:

  1. De bewoner is jouw toeslagpartner. Het inkomen van je toeslagpartner telt dan mee bij de berekening van jouw toeslagen.
  2. De bewoner is jouw kind, vader of moeder. Deze persoon ziet de Belastingdienst als medebewoner. Het inkomen van deze medebewoner wordt opgeteld bij de berekening van jouw toeslagen.
  3. Je verhuurt de gehele woning en woont zelf (tijdelijk) ergens anders.

Aandacht verdient het begrip toeslagpartner. Het is een belangrijk begrip. Indien jullie allebei dezelfde toeslagen ontvingen vóórdat jullie gingen ‘samenwonen’, dan zet de Belastingdienst één van de twee toeslagen stop. Jullie ontvangen de toeslagen voortaan samen. In de volgende situaties is er sprake van een toeslagpartner:

Toeslagspartner

In de volgende situaties is er geen sprake van een toeslagspartner:

  1. Je hebt een samenlevingscontract afgesloten bij de notaris.
  2. Je hebt samen een kind.
  3. Jij of jouw partner heeft een kind van de ander erkend.
  4. Je bent partner voor een pensioenregeling.
  5. Je hebt samen een koopwoning.
  6. Je bent elkaars fiscale partner voor de inkomstenbelasting.
  7. Je was vorig jaar al elkaars toeslagpartner.
  8. Jij of 1 van jouw medebewoners heeft een inwonend kind jonger dan 18 jaar. Maar: is jouw medebewoner een onderhuurder? Dan ben je niet elkaars toeslagpartner. Stel: jij en jouw 17-jarige zoon of dochter wonen samen met een onderhuurder. Deze onderhuurder wordt dan niet aangemerkt als toeslagpartner.

Zijn de bovenstaande punten niet van toepassing, dan zijn jij en jouw onderhuurder geen toeslagpartners. De onderhuurder en zijn inkomen tellen dan niet meer voor jouw huurtoeslag. Vereist hiervoor is dus wel dat je binnen 4 weken na ondertekening van de huurovereenkomst dit moet doorgeven aan de Belastingdienst. Deze overeenkomst moet schriftelijk zijn.

Naast huurtoeslag zijn er nog meer onderwerpen waar jij misschien meer over wilt weten. Bekijk ook de volgende artikelen over regels bij het verhuren van je woning.